Ongeremd fietsen

Toen ik ging studeren woonde ik ineens in een stad. Ik kwam uit een klein dorp waar ik geen student was maar krantenbezorger. Al fietsend las ik de krant terwijl ik de rest bezorgde – dat kan in een dorp. Hier in hartje Leiden is alles anders en kan fietsend het smsje ‘ok’ versturen al dodelijk zijn. “Het gaat vooruit, maar het is levensgevaarlijk,” aldus de Vlaamse schrijver Tom Lanoye: “Fietsen in een stad is als eten met een kettingzaag”.

Het was dus even wennen maar op een gegeven moment had ik de smaak te pakken. Ik had de stadse risico’s leren inschatten en een reactiesnelheid van jewelste. Als in een zwerm spreeuwen bewoog ik, één met het verkeer om me heen. Tot opeens mijn rem het begaf: terug bij les 1. De fiets van een student heeft het niet makkelijk, en iedere student heeft wel iets met z’n fiets. Maar géén rem is wel het ergste gebrek en resulteerde in paranoïde fietstochten. Zoals onze hersenen meer vergeten dan onthouden, ben je fietsend wellicht meer aan het remmen dan aan het trappen. Zónder rem valt je pas op hoeveel mensen ineens klakkeloos de weg over steken, ineens een auto uit een steeg of een duif op je pad.
Eerst vond ik de duiven lastig. Tot op het laatste moment blijven ze nietsvermoedend op de weg zitten om dan nog net verward en geïrriteerd opzij te rennen of een beetje te fladderen. Het ging steeds op het nippertje goed.
Dat het echter niet altijd maar nét goed gaat bedachten twee Amerikaanse onderzoekers in 1983 en begonnen een onderzoek naar verkeersslachtoffers uit een populatie klifzwaluwen. De dode vogeltjes werden van de weg geraapt en opgemeten. En opmerkelijk, hoewel de populatie groeide, nam het aantal botsingen juist af. De verkeersslachtoffers hadden relatief logge lange vleugels, de kortvleugelige exemplaren waren wendbaarder en wisten aanrijdingen te vermijden. Daardoor heeft de gehele populatie nu kortere vleugels. Een bijzondere ontdekking na 30 jaar waarnemen, wat evolutionair nog minder dan een vingerknip is.

Maar  zelfs voor evolutionair vingerknippen had ik geen tijd. Na een week zonder rem overleefd te hebben, hield ik het niet meer uit en bracht m’n fiets naar de fietsenmaker. Waar ik vroeger met een beetje fietsen wist te verdienen kost dat me hier handen vol geld. En de duiven? Die zijn al blij met een handvol brood.

Dit is een duif.
Auke-Florian Hiemstra
Gepubliceerd op 22 mei 2013
© copyright “Leidsch Dagblad”