Een waarheid als een koe

Leuk aan ons Leiden is dat het zo klein is. Een échte stad met gezellige steegjes, mooie grachten en een rijke geschiedenis, een burcht, terrasjes en meeuwen. Maar ook een stad die vanuit een reuzenrad geheel te overzien is en waar je weinig mensen hoeft te kennen om toch een bekende tegen te komen.  Als je dan iemand ontmoet maak je een praatje. Je wandelt samen naar de supermarkt wat uitloopt op samen koken. Tijdens het eten hoor je van een huisfeestje verderop en ‘even kijken’ wordt tot diep in de nacht feesten. Je weet nooit wat er ’s avonds gebeurt. Maar als dan ’s ochtends vroeg de wekker gaat, is mijn enige troostende gedachte dat m’n oom die boer is al uren koeien melkt, en wat ik vroeg opstaan noem voor hem uitslapen heet.
Het verschil tussen mij en mijn oom zit ‘m in de lengte van het ‘Period-3 gen’ dat genetisch bepaalt of je ochtend- of avondmens bent. Twintig jaar onderzoek ging aan die ontdekking vooraf. Twee maanden kijken naar het slaappatroon van koeien leert je meer. Hoogtesensoren registreerden nauwkeurig 60.000 up’s en down’s. Zo werd ontdekt: hoe langer een koe ligt des te groter de kans dat deze binnenkort opstaat én dat eenmaal opgestaan het moeilijk te voorspellen is wanneer deze weer gaat liggen. Onderzoeker David Roberts wist zijn onderzoek tijdens ‘de nacht van Kunst en Kennis’ haarfijn uit te leggen in de Stadsgehoorzaal. Maar terwijl de koeienweetjes om m’n oren vlogen, voelde ik me als student meer en meer persoonlijk aangesproken. Bedtijd is een uiterst variabele factor, terwijl de wekker elke dag even vroeg gaat. Opstaan is te voorspellen, naar bed gaan niet. Dat houdt het studentenleven spannend: best fijn om een koe te zijn.
Als een rund herkauw ik kauwgum en voor pizza’s heb ik meerdere magen ruimte. ’s Avonds praat ik over koetjes en kalfjes in café De Bonte Koe. En terwijl elders dronken studenten zich zo stierlijk vervelen dat ze voor de grap koeien omduwen, verzamelen lamme Leidse studenten zich op de beestenmarkt. Van heinde en ver kwamen hier vroeger via Koepoort en Koebrug over de Koegracht … raad eens: ‘koeien’ de stad binnen. In 1616 werden er wel 7000 stuks vee verhandeld. Geregeld moest er een koe uit de gracht gered. De vleeskeuring heeft de beestenmarkt nooit verlaten, maar de koeien zijn nu verruild voor leuke studentes. Dat boeren heeft wel iets!
Échte Leidse koeien: de klimtoestellen in de Zuid Rundersteeg.
Auke-Florian Hiemstra
Gepubliceerd op 16 oktober 2013
© copyright “Leidsch Dagblad”