Als jij een dier was?

“Als jij een dier was” zei een vriend tegen me, “dan was jij echt zo’n endemisch eilanddier”. Als ik iemand op een dier vind lijken, vind ik dat moeilijk om voor me te houden. Dit keer had ik iemand met een tapir vergeleken, een groot knaagdier, wat zeker geen verwijt was. Het zijn super leuke dieren, maar toch, toen moest ook ik aan een ‘verdierlijking’ geloven. Ik bleek minder makkelijk op soort te brengen, maar in ieder geval was ik typisch zo’n beest dat voorkomt op een eiland. ‘Endemisch’ zelfs, wat wil zeggen dat het nergens anders voorkomt. Misschien had hij gelijk. Voor drie maanden doe ik onderzoek ver weg op Curaçao, óp Curaçao, want Curaçao is een eiland. Toch voelt het niet zo ver weg, er is een Albert Heijn, mensen praten hier Nederlands, ik ben zelfs al bekenden tegen gekomen: “Goh – wat een kleine wereld he?”
Toch zou ik met een oppervlakte van 510.072.000 km2 de wereld niet zomaar klein noemen. Wij Nederlanders zijn als het meel in een pannenkoekenbeslag: we klonteren graag samen en kiezen simpelweg hetzelfde verspreidingsgebied. Maar voordat we massaal met vliegtuigen hierheen kwamen, waren dit soort eilandjes toch écht een soort kleine wereld op zich. Omringd door zoveel water ging de evolutie er haar eigen gang, los van wat er op de continenten gebeurde. Zo overleefden groepen die op de vaste wal uitstierven soms op een eiland, bijvoorbeeld de Lemuren op Madagaskar, of nam de evolutie op eilanden zonder roofdieren een hele andere wending en kreeg je loopvogels of niet springende sprinkhanen. Je kan het zo gek niet bedenken of ergens op een eiland woont een beest dat jou bedenksels helemaal nog niet zo gek vindt. Neem boomkangoeroes in Nieuw Guinea, springende reuzenratten in Madagaskar of grote looppapagaaien, de kakapo, uit Nieuw Zeeland. De buidelwolf en de buidelrat, beide uit Tasmanië, niet ratelende ratelslangen uit Santa Catalina, vleesetende – zelfs schapen verslindende -papegaaien uit Nieuw Zeeland of de 500 kilo wegende olifantsvogel van Madagaskar. Het is een gek gezelschap. Maar als al die eilanddieren samen een club zouden beginnen, zou ik daar wel lid van willen zijn.
Ik ben ook maar een forse primaat met opvallende kruin, vooral ‘s nachts actief, bij het dansen wild met z’n armen zwaaiend en overlevend op weinig meer dan pizza alleen. Ach ja, dat klinkt gek genoeg voor een eilandsoort. Voor nu is dit beest dan ook in verspreiding beperkt tot het eiland Curaçao, maar pas op, straks fiets ik weer gewoon door de Leidse Breestraat.

Auke-Florian Hiemstra,
Gepubliceerd op 5 oktober 2016
© copyright “Leidsch Dagblad”